Marian wordt geïnspireerd door alles wat zich afspeelt in het leven. Mensen die bezig zijn met hun eigen ding. Mensen die wonen, reizen, rouwen, feesten, geloven of niet geloven, mensen die van elkaar houden, mensen met emoties. Ze kijkt, leest en luistert en vanuit die inspiratie ontstaan haar beelden. Het werk van Marian heeft altijd een verhaal of een gedachte erachter. Toch geeft zij haar werk liever geen naam, haar ervaring is dat iedereen weer wat anders in haar werk ziet. Dat vindt ze mooi en die ruimte voor eigen fantasie en invulling wil ze zo houden. De huid van de werkstukken is nooit glad maar altijd bewerkt met stukjes stof, kant, en alles wat maar structuur heeft. Na de biscuitoven bewerkt zij haar werkstukken met verschillende oxides, voor een mooi effect op de structuur. Daarna krijgen sommige delen een transparant glazuur. Marian wil dat de klei zichtbaar blijft. 'Klei moet kunnen blijven ademen' en niet verdwijnen onder een dikke gladde laag glazuur.